Maurits Verhoeff

 

UIT DE ARCHIEVEN VAN DE GEREFORMEERDE KERK

 

 

DE OPRICHTING

 

Kerkenraad van de Hervormde gemeente aan enkele dolerenden, 25 februari 1891

De kerkeraad der Nederduitsch Hervormde Gemeente te Vreeland, gehoord (in zijne vergadering van 19 Feb. Ll) uwe verklaringen omtrent uw voornemen u te blijven voegen bij de Ned. Ger. Kerk (doleerende) die zich in eene alleszins vijandige houding opgeworpen heeft tegen over de Ned. Herv. Kerk.

Overwegende, dat gij dus feitelijk u van de Nederl. Herv. Kerk heeft afgescheiden, doch daarvan tot heden nog niet de officieele mededeeling hebt gezonden.

Overwegende, dat het billijk is alleen rechten te laten genieten als er getrouwheid is in het vervullen van de plichten:

Heeft besloten overeenkomstig art. 4 Regl. voor kerkelijk opzicht, derde tucht middel, u vervallen te verklaren van de bevoegdheid tot het uitoefenen van kerkelijke rechten en tot het aanvaarden van kerkelijke bedieningen.

 

Kerkenraad aan de classis, 16 november 1891

De kerkeraad der Nederl. Geref. Kerk van Vreeland heeft hiermede de eer, na eene gecombineerde vergadering met den kerkeraad der Nederl. Geref. Kerk van Loenen a/d Vecht den Classicale vergadering te houden op woensdag 18 november D.V. te Amersfoort hare nadere overweging aan te bieden een concept-acte van den volgenden inhoud:

De kerkeraad der Nederl. Geref. Kerk van Vreeland en de kerkeraad van de Nederl. Geref. Kerk van Loenen a.d Vecht hebben besloten, in hunne gecombineerde vergadering vrijdag 13 nov. te Loenen gehouden, ten voorziening in den dienst des woords en der sacramenten in hunne kerken zich te combineren om gezamentlijk een dienaar des woords te roepen en naar art 11 der kerkordening van behoorlijk onderhoud te verzorgen.

 

 

DE BRAND

 

In de nacht van 26 op 27 november 1905 werd de gemeente opgeschrikt door een grote ramp. Het kerkgebouw stond in brand. Al snel was duidelijk dat het gebouw niet te redden was. In een brief aan de verzekeringsmaatschappij doet de kerkenraad nauwkeurig verslag van de ramp. Maar waar moest de gemeente nu op zondag samenkomen? Het atelier van broeder Lion Cachet bracht uitkomst. Ruim een jaar na de ramp kon het nieuwe gebouw, ontworpen door Lion Cachet, worden ingewijd.

 

Brief van de kerkenraad aan de verzekeringsmaatschappij,

27 november 1905

De kerkeraad legt hier bij de schriftelijke verklaring af dat hem bekend is geworden:

1. dat, nadat zondagavond ruim 7½ uur, na de godsdienstoefening de kerk is gesloten en door den koster en noch door iemand der kerkeraadsleden iets verontrustends is ontdekt.

2. dat door den nachtwacht bij zijnen omgang om 10½ en 11½ uur evenmin iets van brand is gezien, alsook niet door den lantaarnopsteker die ± 11 uur de lantaarn bij het kerkgebouw uitgedaan heeft.

3. dat ruim 12 uur, de heer Van IJperen, komende van Nichtevecht een begin van brand in het kerkgebouw heeft opgemerkt en dit oogenblikkelijk aan den veldwachter en den nachtwacht heeft gezegd.

4. dat de nachtwacht, tevens ouderling der kerk, dadelijk met een diaken hebben getracht den brand te blussen, met emmers water.

5. dat de rook te vreeselijk was, om dit te doen en toen direct alarm is gemaakt om de brandspuiten.

6. dat de beide brandspuiten ruim 12¼ of 12½ ure aanwezig waren, dat echter de brand reeds (het kerkgebouw) was uitgeslagen en het kerkgebouw reddeloos verloren was, maar dat de consistoriekamer bespoten is en hoewel groote schade heeft beloopen, nog behouden is gebleven.

Wat het beste weten en vermoeden der oorzaak aangaat verklaard de kerkeraad:

dat van weten geen sprake is, maar het vermoeden bestaat dat eenige gloed uit een sloof gevallen kan zijn, en dat door zuiging der luchtgaten en fellen wind de vloer is beginnen te branden.

Ten slotte verklaart de kerkeraad dat alles gedaan is wat voor het behoud naar Art. 7e noodzakelijk was, weshalve de kerkeraad vertrouwt dat de Maatschappij de geleden schade geheel vergoeden zal.

 

Buitengewone vergadering van de kerkenraad,

27 november 1905

Nu deelt de praeses [= ds. Maan] mede, dat deze buitengewone vergadering is opgeroepen wegens het verbranden van het kerkgebouw in den afgelopen nacht.’

Verder komt in bespreking de vraag: Waar aanstaande Zondag de gemeente te vergaderen? De Praeses heeft al voorloopige pogingen bij den predikant en kerkmeesters der Herv. Gem, aangewend om hun gebouw ’s namiddags te gebruiken.

Daarop was uitzicht gegeven, dat de toestemming verleend zou worden, als zij niets anders konden krijgen. Na bespreking oordeelde de kerkeraad echter beter om op gewonen tijden en tweemaal te vergaderen naar iets anders uit te zien.

Toen viel de aandacht op het atelier van den Heer en Br. Lion Cachet. Deze ter vergadering genoodigd en gekomen gaf dadelijk zijne toestemming daarvoor en beloofde alle hulp bij de inrichting tot het doel, niet twijfelende aan de vergunning tot gebruik ook door den eigenaar.

 

Eerste preek van Ds. W. Maan na de brand,

in het atelier van Lion Cachet

Al werd ons lief kerkje in een puinhoop veranderd, en al zullen wij het gebruik ervan eenigen tijd moeten missen, de Heere heeft ons in de afgelopen week al weder goed gedaan: het kerkgebouw is verbrand, maar de gemeente van onzen Heere Jezus Christus bestaat nog te Vreeland. En ’t is door zijn voorzienig bestuur, dat deze gemeente ook voor een plaats van samenzijn hier herberg is bereid.

 


Preek van ds. W. Maan bij de opening van de nieuwe kerk, 20 december 1906

 

U allen van verre en nabij roep ik een hartelijk welkom toe aan den avond van dezen dag voor ’t eerst in ons vernieuwde kerkgebouw vergaderd. Het is mij een groote reden van blijdschap dit te mogen doen. Ruim één jaar is het geleden dat ik op deze plaats voor ’t laatst Gods Woord verkondigen mocht, sprekende naar Zondag 19 van den Heidelb. Cat. over het Hoofd der Christel. kerk, zittende ter rechterhand Gods.

Toen had de gemeente nog in ons allen door ruim 13 jarig gebruik zeer lief bevonden kerkgebouw aangeheven: ‘Geeft dan eeuwig eer Onzen God en HEER. Klimt op Sion, toont eerbied, waar Hij woont. Waar zijn heiligheid haren glans verspreidt. Heilig toch om t’eeren is de HEER der Heeren.’ (Ps 99:9).

Eenige uren daarna ging het vorige bedehuis in den stormachtigen nacht in vlammen op. Zoo kwamen wij in een weg van tegenspoed en droefheid, zorg en druk, maar ook in dien weg van druk werd het ervaren: ‘de HEERE onze God is heilig!’

Hebben wij dus stoffe van vreugde, lof en dank aan den Heere in ruime mate, een toon van verootmoediging en schuldbesef mag ook nu niet ontbreken. God is rechtvaardig en de heiligheid is zijne huize sierlijk. Wij willen het dan nu ook openlijk belijden, dat de Geref. kerk alhier, zich door hare zonde en schuld de getroffen ramp dubbel waardig had gemaakt. Maar tevens houden wij ons vast aan mijn tekst op den eersten zondag na den brand. De HEERE is goed. Hij is ter sterkte in den dag der benauwdheid en Hij kent hen, die op Hem betrouwen (Nah 1:7).

Zeide men dan ook staande bij de uitgebrande ruimte, misschien niet zonder eenig leedvermaak: de kerk is verbrand! Wij moesten het toestemmen denkende aan het gebouw. Doch geloovende dat de Heere zijne kerk in stand houdt onder ramp en lijden, daar zij is het lichaam van Christus, hadden wij goede hope, dat ook het gebouw wel weder uit zijne assche zou herrijzen.

Nu dat is geschied, en wel in den uit- en inwendig passenden schoonen vorm, gelijk wij aanschouwen, loven wij Gods goedertierenheid en trouw.

 

 

 

HET ORGEL

 

 

In het nieuwe kerkgebouw moest natuurlijk ook een orgel komen. Een nieuw orgel was te duur, maar de mogelijkheid bestond om voor f 550,– een orgel uit de gereformeerde kerk aan de Vaartweg in Hilversum over te nemen. Een orgelmaker uit Haarlem kreeg uiteindelijk de opdracht om het orgel te plaatsen. Hij vroeg hiervoor tachtig gulden, maar de kerkenraad wist het na onderhandelingen terug te brengen tot zestig gulden. Net na de oorlog werd een elektrische windmachine voor het orgel aangeschaft. En in 1971 was het orgel aan restauratie toe. Het rapport van de restaurateur geeft goed weer wat voor een orgel het is.

 

A.M.T. van Ingen (orgelmaker te Haarlem), 30 Juni 1906

Op uw geëerd schrijven van 25 Juni ll ten opgave van het afbreken, verpakken, weder plaatsen, intoneeren en stemmen van het Kerkorgel staande in de Gerefm’ kerk A te Hilversum, waarop ik voorloopig antwoordden. Zij is deze als meer uitgebreid ter kennis gebracht. Na onderzoek is mij gebleken dat gij voor uwen (onzen) kerk eene goede keuze hebt gedaan. Het orgel is niet zwaar maar goed van geluid zonder gebreken.

De gemakkelijkste en goedkoopste wijze van vervoer is per wagen, van Vreeland naar Hilversum en terug. Dit vervoer buiten de onkosten als orgel opgaaf latende, neem ik aan met inbegrip van logies te Hilversum, levering en transport van kisten, het veranderen van kanaal en blaasbalkbeweging welke te Vreeland achter of bijzijden het orgel moet komen te liggen, afbreken, pakken, opbouwen, rein intoneeren en afstemmen, alles aan onbevooroordeelden keuring onderworpen voor de prijs van Tachtig gulden.

 

 

Fa. H. Stubbe (orgelbouwer te Vinkeveen), 1 juli 1971

Het orgel wat in Uw kerk staat is een bijzonder fraai instrument. Wie het gebouwd heeft kunnen we zo niet ontdekken. Het komt nog wel eens openbaar bij een restauratie.

De kast en de lade zijn naar onze mening uit de 18de eeuw. De frontpijpen zijn van oorsprong waarschijnlijk behorende bij de kast. De binnenpijpen en het klavier zijn van later datum, het laatst van de 19de eeuw.

De kast is van eiken, het lofwerk niet. Dat de lade uit de 18de eeuw is, bewijst de klavier-omvang. De litteratuur geeft aan, dat tot 1750 het klavier liep van C tot C’’’. Dat het front bij de kast hoort wilden wij afleiden uit het feit dat het zo prachtig in de kast past. We konden, toen we het orgel stemden, geen lange ladder vinden. De mogelijkheid is n.l. niet uitgesloten dat een van de grootste frontpijpen is gesigneerd. Dat het binnenpijpwerk van latere datum is bewijzen de aanwezige expressions (stemkrullen). Deze gebruikte men niet in de 18de eeuw. Oorspronkelijk heeft er waarschijnlijk een klavier opgelegen met een kortere toets. We dachten dit te kunnen zien aan de verkroppingen van het pijpwerk onder het klavier.

Vermeldenswaard is wel dat het binnenpijpwerk voor die tijd zeer goed is. Het is met zorg gemaakt en behandeld.

Onze conclusie is dan ook, dat het orgel kwalitatief en constructief beslist goed is. Het orgel is een restauratie alleszins waard.